Geschat warmteverlies op basis van oppervlak en isolatie
Deze rekenmachine schat het warmteverlies van een woning uit woonoppervlak en isolatieniveau: oppervlak × 120, 80, 50 of 10 W/m². Ze toont het verlies in kW en een warmtepompvermogen, naar boven afgerond in stappen van 0,8 kW. Een woning van 150 m² uit 1980–2000 komt op 12,0 kW; voor het ontwerp is een berekening volgens EN 12831-1 nodig.
Bedankt voor je feedback!
Je telt het transmissieverlies door alle scheidingsconstructies (muren, dak, vloer, ramen, deuren) op bij het ventilatieverlies. Per constructiedeel vermenigvuldig je de oppervlakte met de U-waarde en met het temperatuurverschil tussen binnen en buiten.
De basisformule is Q = U × A × ΔT: de warmtedoorgangscoëfficiënt maal de oppervlakte maal het temperatuurverschil. Daar komt het ventilatieverlies bij, dat je berekent uit het luchtvolume, de luchtwisseling, de warmtecapaciteit van lucht en hetzelfde temperatuurverschil.
Met deze rekenmachine vul je alleen het woonoppervlak in en kies je een isolatieniveau; ze rekent oppervlak × 120, 80, 50 of 10 W/m², zodat 150 m² uit 1980–2000 op 12,0 kW uitkomt. Voor een echte warmteverliesberekening vul je in een uitgebreide tool per ruimte de oppervlakten en U-waarden van muren, dak, vloer en ramen in, plus binnentemperatuur en ontwerpbuitentemperatuur, of laat je die door een installateur maken.
Meet eerst alle buitenoppervlakken op en bepaal per onderdeel de isolatiewaarde, bijvoorbeeld uit bouwtekeningen of het energielabel. Bereken vervolgens per onderdeel het verlies met U × A × ΔT, tel het ventilatieverlies erbij op en sommeer alle ruimtes.
Maak een tabel met per bouwdeel een rij voor oppervlakte, U-waarde en temperatuurverschil, en laat een kolom het product daarvan uitrekenen. Onderaan tel je de rijen op en voeg je een aparte regel toe voor het ventilatieverlies per ruimte.
Een warmteverliesberekening bepaalt hoeveel warmte een woning of ruimte bij ontwerpbuitentemperatuur verliest, en dus welk verwarmingsvermogen nodig is. Ze wordt gebruikt om ketels, warmtepompen, radiatoren en vloerverwarming juist te dimensioneren.
Wettelijk is ze niet altijd verplicht, maar bij het plaatsen van een warmtepomp of een nieuw verwarmingssysteem eisen installateurs, subsidieregelingen en garantievoorwaarden ze vaak wel. Zonder berekening is het vermogen een schatting en loop je risico op een te grote of te kleine installatie.
In de meeste woningen gaat de meeste warmte verloren via de grootste en slechtst geïsoleerde oppervlakken: het dak, de buitenmuren en het glas. Daarnaast zorgen kierverliezen en ventilatie voor een aanzienlijk deel van het totale verlies.
De prijs hangt af van de grootte van de woning en de vraag of het om een berekening per ruimte of alleen voor het hele gebouw gaat. Een adviseur rekent doorgaans per woning of per uur; een online berekening op basis van je eigen gegevens kost niets.
Het warmteverlies, of de warmtebelasting, geeft aan hoeveel verwarmingsvermogen een woning op een zeer koude winterdag nodig heeft. Het wordt uitgedrukt in kilowatt (kW) en is het uitgangspunt bij de keuze van een warmtepomp of cv-ketel. Deze gratis rekenmachine geeft een snelle schatting op basis van twee gegevens: het verwarmde woonoppervlak en het isolatieniveau van het gebouw.
Vul het woonoppervlak in m² in en kies een van de vier isolatieniveaus. Elk niveau staat voor een vast specifiek warmteverlies:
Het totale warmteverlies is oppervlak × specifiek verlies ÷ 1.000, in kW. De aanbevolen warmtepomp is die waarde, naar boven afgerond op een veelvoud van 0,8 kW. Ramen, Rc- of U-waarden, plafondhoogte, temperaturen en ventilatie vraagt de rekenmachine niet; die zitten forfaitair in de W/m²-waarde. Een uitsplitsing per ruimte geeft ze niet.
Waarden die de rekenmachine toont voor gangbare oppervlakken (in kW):
| Isolatieniveau | 100 m² | 150 m² | 200 m² |
|---|---|---|---|
| vóór 1980, ongeïsoleerd (120 W/m²) | 12,0 | 18,0 | 24,0 |
| 1980–2000 / deels (80 W/m²) | 8,0 | 12,0 | 16,0 |
| na 2000 / goed (50 W/m²) | 5,0 | 7,5 | 10,0 |
| passiefhuis (10 W/m²) | 1,0 | 1,5 | 2,0 |
Een woning uit de jaren negentig met 150 m²: met het niveau 1980–2000 (80 W/m²) toont de rekenmachine 12,0 kW warmteverlies en een aanbevolen warmtepomp van 12,0 kW. Na na-isolatie tot goed geïsoleerd (50 W/m²) daalt het verlies naar 7,5 kW en de aanbeveling naar 8,0 kW. Dezelfde woning ongeïsoleerd en van vóór 1980 komt uit op 18,0 kW, met 18,4 kW aanbevolen.
Voor het ontwerp van een installatie wordt het warmteverlies per ruimte berekend volgens EN 12831-1: transmissieverliezen door muren, ramen, dak en vloer (vereenvoudigd Q = U × A × ΔT) plus ventilatieverliezen. Daarvoor zijn de U-waarden en oppervlakken van alle constructiedelen, de ontwerpbuitentemperatuur, de binnentemperaturen en de luchtverversing nodig. Deze rekenmachine doet dat niet en vervangt geen berekening door een installateur of adviseur.
Een warmtepomp moet passen bij het werkelijke warmteverlies. Een te grote warmtepomp slaat vaak aan en af, wat het rendement verlaagt en de compressor belast; een te kleine gebruikt vaker het elektrische bijverwarmingselement. Met de waarde uit de rekenmachine kunt u inschatten of het vermogen in een offerte plausibel is.
Ze geeft een ruwe schatting uit oppervlak en een vaste W/m²-waarde. Twee woningen van dezelfde grootte en hetzelfde bouwjaar kunnen sterk verschillen door glasoppervlak, vorm, ligging en eerdere isolatie.
Het warmteverlies is een vermogen (kW) op een zeer koude dag. De jaarlijkse warmtevraag is een hoeveelheid energie (kWh of m³ gas per jaar). De rekenmachine toont alleen het vermogen.
U kunt het oppervlak van één ruimte invullen en krijgt oppervlak × W/m². Buitenmuren, ramen of de gewenste temperatuur van die ruimte worden niet meegenomen; voor radiatoren of vloerverwarming is een berekening per ruimte nodig.